The West Coast of NZ: wild and wonderful!

Oamaru is de plaats waar ik nu ben. Oftewel aan de Pacifische kust van Nieuw-Zeeland. Ik zit nu diep na te denken wat ik nog aan de andere kant gedaan heb, de westkust. Daarover zou ik namelijk nog wat schrijven. Het is al weer wat weken geleden. Maar goed, tijd om na te denken heb ik nu wel even. Het gezelschap van Mark is er niet meer bij. Hij wou me namelijk niet vergezellen, trots als hij is op zijn Britse roots, naar de Schotse stad Dunedin. Hahahaha, nee alle gekheid, we dachten dat het wel goed was om na twee maand zelf op pad te gaan. En elkaar tegenkomen zal zonder twijfel gebeuren.

Goed, de westkust dus nog. Daar zaten we dan met ons vieren in, een helaas regenachtige, Westport met de volgepropte Nissan. Klaar om de westkust van Nieuw Zeeland te ontdekken! De eindbestemming van de eerste dag ging Hokitika worden. Onderweg daar naar toe stopten we regelmatig. De eerste was al vrij snel. Op iets van 25 km van Westport, Tauranga Bay genaamd, is namelijk een seal colony te bewonderen. En als we er toch in de buurt zijn, waarom niet even kijken. Om er speciaal naar NZ voor af te reizen is dan weer niet echt nodig, zo bijzonder was het niet, maar wel leuk om een boel zeehondjes bij elkaar te zien. Verder richting het zuiden stopten we bij Punakaiki, een heel klein dorp, maar wereldberoemd vanwege de Pancake Rocks. Dit is een zeer bijzonder stukje archeologie. De rotsen zijn hier zo gevormd, door wind, regen en het zeewater, dat het op laagjes pannenkoeken lijken. Op de vraag hoe het zo precies is ontstaan, daar kunnen de wetenschappers zelf nog niet eens uitsluitsel over geven. Echte pannenkoeken kun je in het dorp trouwens ook krijgen (tja hoezo commercieel). Hierna hebben we nog even een kort uitstapje gemaakt in het Paparoa National Park. Dat was niet heel goed voor de auto (alleen maar grind, rotsen, rivieren en plassen), maar ik heb mijn stuurmanskunsten wel kunnen laten zien. En mooi was het zeker! Verder langs de westkust dan maar. Uiteindelijk zijn we via Greymouth en een mooie kustweg in Hokitika aangekomen. Dit stadje noemt zichzelf ‘the coolest little town’. En het is ook echt een leuk en gezellig stadje, waar je je even in het echte Wilde Westen waant. We bleven hier twee nachten, waarin we onder meer de Hokitika Gorge bezocht hebben. Een mooi natuurpark bestaande uit prachtig turquoisblauwe wateren. Verder hebben we het er rustig aan gedaan.

Vanuit Hokitika konden we de besneeuwde bergtoppen al zien liggen. En dat was nou net ons volgende doel. We reden door een nog schitterender wordende landschap naar Franz Josef en Fox Glacier. Deze gletsjers zijn in zoverre bijzonder, omdat ze heel dichtbij de oceaan liggen. Ze krimpen echter ook heel snel, getuige de bordjes langs de weg die aanduidden tot waar ze in het verleden reikten. Van beide gletsjers hebben we de Look-out Walkway gedaan, we zijn dus niet op het ijs geweest (dat was reteduur). De hele omgeving hier was geweldig en we hadden prachtig weer, maar de gletsjers zelf vond ik niet heel spectaculair. Na wat plaatjes te hebben geschoten, hebben we Lake Matheson nog bezocht. Een toeristische meer, omdat de toppen van Mount Cook en Mount Tasman (de hoogste bergen van NZ) er prachtig in kunnen weerspiegelen. Helaas was het die dag wat bewolkt rond de toppen. Aan het eind van de dag reden we naar Gillespies Beach, daar zouden we namelijk voor het eerst gaan kamperen. Het was een geweldige plek, waar ik zowel een schitterende zonsondergang als -opgang heb gezien. Dat was echt prachtig wakker worden trouwens. Ik sliep vrij slecht in het tentje en ging er daardoor maar vroeg uit. Maar die zonsopgang maakte dat meteen goed.

We hebben de hele westkust afgereden, tot je echt niet meer verder kon. En dat was in Jackson Bay. Eerst moet je de beruchte Haast Pass over. Dat moet voor 6 uur, daarna is het gesloten (te gevaarlijk). Dit weggedeelte is er ook nog maar sinds 1965. Via het dorpje Haast (geinige naam, waar verder niks is, alleen de dure benzinestation is er handig) kun je dan twee kanten op. De normale hoofdweg naar Wanaka of die naar Jackson Bay. Die laatste namen we dus en leidde ons over een prachtige, maar hele rustige weg in een natuurrijke omgeving. Het plaatsje zelf, dat als haven dienst doet, is heel klein en heeft ook heel weinig, behalve een bijzondere fish and chips zaakje, namelijk in een caravan met uitzicht op de zee. Je kunt je niet voorstellen dat er hier mensen echt wonen. Omdat de weg hier dus gewoon ophoudt, moesten we ook weer helemaal terug, om via Haast de gewone weg te nemen en koers richting Wanaka te zetten (via een heerlijke bergachtige route langs twee enorme meren, Hawea en Wanaka). Wanaka is echt prachtig! Een heel leuke dorp, gelegen aan Lake Wanaka dus, en omringd door bergen en sneeuwtoppen. We hebben het hier behoorlijk relaxt aangedaan, beetje rusten, op terras zitten, zonnen aan het meer en uiteraard er in zwemmen. Heerlijk vakantiegevoel zo! Toch hebben we nog een inspannende activiteit ondernomen, zonder Carolin nu trouwens. Die was een dag eerder al naar Queenstown vertrokken. Maar met twee andere luitjes van het hostel hebben we de Rob Roy Valley Track gedaan. Een prachtige, ruim drie uur durende, wandeling door bossen, langs watervallen en rotswanden naar uiteindelijk het punt, waar je een geweldig zicht had op de Rob Roy Glacier. Een stuk indrukwekkender dan de twee andere, bekendere gletsjers.

Na drie heerlijke dagen verlieten we Wanaka en reden we verder richting het zuiden. We passeerden Queenstown, lieten deze toeristische plaats nog even voor wat het was, en gingen we weer noordwaarts naar Glenorchy. Een klein, lieflijk plaatsje gelegen aan de top van Lake Wakatipu en omringd door bergen, bergen en…. oh ja bergen. In de omgeving hier zijn ook scènes van Lord of the Rings, en andere films, opgenomen. Na een lunch hier gingen we nog iets noordelijker, opnieuw tot de weg gewoonweg ophield (leuk is dat toch) en bereikten we Paradise. Zo heet het hier echt, getuige ook een plaatsnaambord. Dat is zeer overdreven trouwens, want er woont volgens mij niemand, er is ook verder niks, behalve een kampeerplek. Maar paradijselijk is het zeker, wat een omgeving zeg, abnormaal! We kampeerden echter niet hier, maar bij een ander afgelegen plekje, genaamd Kinloch (net als Glenorchy een mooie Schotse naam en ook aan het meer gelegen). Na een wat minder comfortabele nacht in de auto reden we terug naar Queenstown. Daar namen we afscheid van Margot (ze ging een meerdaagse wandeling doen) en zochten we ons hostel op om van het kamperen bij te komen. Mark en ik zouden hier eerst een nacht blijven, zodat we nog zoveel mogelijk met de auto konden doen. En we zouden er sowieso weer heen gaan om de auto in te leveren. Omdat Queenstown bekend is om haar bars en pubs doken we wel meteen het nachtleven in. Dit was onze eerste avond stappen in Nieuw-Zeeland, wat erg geinig en heel gezellig was.

Met een lichte kater gingen we, voor het eerst met ons tweeën in de auto, weer vrolijk verder in onze Nissan, die helaas al wel wat schade had geleden. We hadden nog een week autorijden voor de boeg!  Daarover lees je meer in een volgend stukje. Ik merk dat ik al weer veel te lang bezig ben en morgenochtend moet ik ook weer werken (ja ja dat lees je goed…).

Het beste maar weer!!!!
Denny

image

image

image

image

De foto’s: sunrise at Gillespies Beach; ik voor Fox Glacier; Lake Wanaka; Ik in Paradise.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s