Nieuw-Zeeland: in de voetsporen van een provinciegenoot

De afgelopen weken hebben Mark en ik weer ontzettend veel beleefd. In dit stukje haal ik even een aantal highlights eruit. Het gaat hier om de eerste twee weken van februari. De rest vertel ik later, anders wordt het teveel typwerk voor vandaag.

De eerste ‘highlight’ was het liftavontuur van Taupo naar Wellington. Het heeft ons een hele dag, veel spierpijn (vooral in de duim) en 4 bijzondere ontmoetingen opgeleverd. Met name de laatste stuk die we aflegden, was erg plezierig. Een vrouw wilde eerst niet stoppen, stopte toen even verderop alsnog en nam ons mee. Ze had namelijk erg met ons te doen. “Jullie met zoveel bagage en ik met een grote lege auto, ik kon jullie niet laten staan. Maar laat mijn man het niet horen”. Uiteindelijk bereikten we Wellington en konden we even later ons hostel gaan opzoeken. We verbleven de eerste nacht in Dwellington, een erg nieuwe en ruime hostel. De volgende dag moesten we wel iets anders zoeken, want het zat namelijk vol voor de komende dagen. Uiteindelijk verbleven we nog eens 5 nachten in Downtown Backpackers. Dat was een erg groot hostel (moesten zelfs een nacht in een 20-bed dorm slapen!!!), maar het zat in een mooi, oud pand gelegen tegenover het station en het had alles (bar, restaurant, pooltafel). We hebben veel van Wellington kunnen zien. Even een korte opsomming: Te Papa National Museum, the Cable Car (oud stoomlocomotiefje die je naar de top van een heuvel brengt, alwaar je een prachtig uitzicht hebt over de stad), Mount Victoria (ook prachtig uitzicht), Museum of Wellington City & Sea en Courtenay Place (de straat met alle bars en restaurants, waaronder een Welsh bar). Verder hebben we een uitstapje gemaakt naar Martinborough, een stadje op een uur van Wellington. De regio daar, Wairarapa, is een van de bekendste wijnstreken van Nieuw Zeeland. En aan wine-tasting ontkom je hier dan ook niet. Om de streek verder goed te kunnen verkennen, heb je een auto nodig, maar die hadden we niet, waardoor we alleen het stadje zelf konden zien. Daar hadden we net iets teveel tijd voor, omdat er nou eenmaal geen regelmatige busdiensten met Wellington waren. Verder zijn we nog naar Island Bay geweest, een soort buitenwijk helemaal ten zuiden van Wellington. Daar hebben we een stuk langs de kust van Cook Strait gelopen en konden we het zuidereiland al zien liggen. In Wellington hebben we trouwens nog bij een echte Wellingtonian thuis gegeten. Dat was namelijk bij de oom van Mark, die hier bleek te wonen. Mark had hem nog nooit gezien, maar wist hem via via via toch te traceren. Het was een gezellige avond met heerlijk eten en een mooie en verrassende ontmoeting tussen twee verre familieleden.

Na een kleine week in de Capital City of New Zealand te hebben doorgebracht, konden we ons gaan opmaken voor het Zuidereiland, bekend om haar schitterende natuur, ruige bergen en prachtige kustlijnen. We namen de Interislander-Ferry, een tocht van 3 uur, en waren al meteen getuige van één van de vele natuurwonderen op dit eiland. We voeren namelijk door de Marlborough Sounds, een schitterend mooi groen en heuvelachtig gebied bestaande uit rivieren, meren, baaien en eilandjes. Uiteindelijk bereikten we het havenstadje Picton. We logeerden bij The Villa Backpackers, een gezellig en knus hostel in wat ooit een villa was. Voor de volgende dag hadden we iets actiefs in gedachte. Het was een wandeltocht door een gedeelte van de prachtige sounds heen. Deze tocht heet de Queen Charlotte Track. We hebben hem niet helemaal gelopen (is namelijk 71 km), maar deden het eerste deel (14 km). Wat was het daar mooi en zo rustig!! De volgende dag in Picton gebruikten we om een auto te regelen. Dat had nog wel wat voeten in de aarde, maar het was gelukt. We konden alleen niet de dag zelf weg, wat we graag wilden, maar de volgende dag en moesten dus alsnog een nacht in Picton doorbrengen. Dat deden we in een ander hostel, Fat Cod genaamd, en daar werd het een heel gezellige rugby-avond. Met een grote groep keken we de hele avond naar het rugbytoernooi’ the Sevens’, wat in Wellington werd gehouden. We konden het helaas daar niet meemaken, omdat zowat alle (buget) accommodatie vol zat. Nieuw-Zeeland won dit toernooi trouwens.

En dan was het zover, met de auto verder op pad en heerlijk toeren door het indrukwekkende landschap. Een degelijke Nissan Sunny was ons vervoermiddel voor de komende drie week met ruimte genoeg voor een eventuele medereiziger. Die had zich trouwens al de dag ervoor aangemeld. Een Duits meisje, Carolin, wou graag met ons meerijden naar Nelson, wat op zo’n anderhalf uur van Picton ligt. Het bleef uiteindelijk niet bij deze 90 minuten, want ze is in totaal 10 dagen met ons op pad geweest. In Nelson, een leuk stadje, bleven we een nacht, want we wouden graag snel door naar de Abel Tasman National Park. Ons uitvalbasis hiervoor werd Motueka, waar we een hostel geregeld hadden. We reden trouwens eerst door naar het plaatsje Marahau, het beginpunt van de Abel Tasman Coast Track (51 km). Ook hier hebben we een gedeelte van gedaan (12 km heen, en ook weer terug). De tocht voerde ons door het prachtige park heen met schitterende uitzichten op het heldere water van de Tasman Bay. Wat een geweldig mooi park is dat, welke toch maar even vernoemd is naar die ontdekkingsreiziger uit mijn provincie! De volgende dag waren we nog niet klaar met Abel Tasman. Het plan was om te gaan kajakken in de Tasman Bay. In het hostel in Motueka leerden we een Engels meisje, Rhiannon, kennen, die Carolin al eerder ontmoet had in NZ. Rhiannon wou graag mee kajakken en zo gingen we met zijn vieren weer naar Marahau. Het was een geweldig mooie kajakdag, maar toch ook erg slopend (best wat spierpijn in de armen). Die avond trakteerden we ons zelf maar op een feestmaal en Rhiannon maakte speciaal voor ons als desert een banana split. Mij leek het erg leuk om voor de dag erop een mooie roadtrip, langs de Tasman en Golden Bay, helemaal naar het noordelijkste puntje van het Zuidereiland te maken. Mark, Carolin en Rhiannon leek het ook wel geinig en zo besteedden we zowat een hele dag in de auto. We reden een prachtige route met aan beide kanten een nationale park, de Abel Tasman natuurlijk en de Kuhurangi (een van de grootste van NZ). Tussendoor bezochten we wat plaatsjes, zagen we Farewell Spit (het noordelijkste puntje) en wat zeehonden en hebben we nog heerlijk op het strand gelegen. Wederom een prachtdag!

Na Abel Tasman werd de koers richting het westen ingezet. Zonder Rhiannon nu. Haar plaats werd ingenomen door Margot, uit Utrecht, die we eerder in Taupo al hadden ontmoet. De voertaal in de auto, en daarbuiten, bleef wel Engels, anders was het wat sneu voor Carolin. We pikten Margot op in Richmond en zouden, na drie uurtjes rijden door een prachtig bergachtig gebied, in Westport aankomen. Dit stadje zelf is niet bijster boeiend, maar wel een prima begin om de gehele West Coast te ontdekken. En daar lees je in een volgende update meer over. Momenteel zit ik in al weer in Te Anau en hebben sinds Westport ontzettend veel gezien. Het wordt anders een erg lange blog om dat allemaal te beschrijven en bovendien is het nu tijd voor Fish’ n Chips!!

All sweet and take care!

image

image

image

image

De foto’s: ik in Wellington; Marlborough Sounds; ik in Abel Tasman National Park; Golden Bay.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s